ECLI:NL:RBNHO:2021:4396
Rechtbank Noord-Holland · 03-06-2021 · zaaknummer 15/290382-20
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van opzetheling van een buitenboordmotor, het in voorraad hebben van valse bankbiljetten en het uitgeven daarvan en het voorhanden hebben van een veerdrukwapen. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de straffen die voor dergelijke feiten in het algemeen worden opgelegd, acht de rechtbank geen andere straf op haar plaats dan die van vrijheidsbeneming. De rechtbank komt tot een lagere strafduur dan geëist, omdat de rechtbank ten aanzien van het tenlastegelegde onder feit 2 en partieel onder feit 4 tot vrijspraak komt. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden dient te worden opgelegd, met aftrek van het voorarrest. Nu de duur van de reeds in voorlopige hechtenis doorgebracht periode langer is dan de straf waartoe verdachte wordt veroordeeld, heeft de rechtbank op de dag van de inhoudelijke behandeling bij afzonderlijke beslissing het bevel uitgevaardigd om de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen.
Advocaten
Officier van justitie
- M.J.A. Colijn
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
