ECLI:NL:RBNHO:2021:3456
Rechtbank Noord-Holland · 26-04-2021 · zaaknummer 15/046705-19
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft met zijn auto gereden onder invloed van MDMA en cannabis en is zonder snelheid te minderen door een verkeerslicht gereden dat al geruime tijd op rood stond. Hierdoor is hij in aanrijding gekomen met een medeweggebruiker. Op het moment van het ongeval was het droog, was er daglicht en waren er geen bijzondere omstandigheden waardoor het zicht van de verdachte werd gehinderd. Het rode verkeerslicht moet al over langere afstand duidelijk zichtbaar zijn geweest voor de verdachte, maar hij heeft het in het geheel niet opgemerkt. Het kan dan ook niet anders zijn dan dat de verdachte gedurende langere tijd niet de benodigde aandacht bij het verkeer heeft gehad. De verdachte heeft ook zelf verklaard geen enkele herinnering te hebben aan de momenten voor het ongeval. Deze combinatie van gedragingen leidt tot de conclusie dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat het rijgedrag van de verdachte als zeer onvoorzichtig en onoplettend moet worden aangemerkt en dat het aan zijn schuld (als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994) is te wijten dat daardoor een verkeersongeval heeft plaatsgevonden waarbij aan het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk (met bijzondere voorwaarden) en een rij-ontzegging van drie jaar.
Advocaten
Officier van justitie
- L. Visser
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
