ECLI:NL:RBNHO:2021:2253
Rechtbank Noord-Holland · 22-03-2021 · zaaknummer 15-041345-18
Inhoudsindicatie
Afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden. De veroordeelde heeft zijn leven sinds zijn vrijlating uit detentie op belangrijke gebieden op orde heeft gebracht. Als de veroordeelde opnieuw zou worden gedetineerd, zal hij zijn huisvesting, zijn baan en het daarbij horende inkomen hoogstwaarschijnlijk verliezen. Dat zou betekenen dat als de veroordeelde na de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf terugkeert in de maatschappij, hij niet over deze basisvoorzieningen beschikt en terug is bij af. Onder die omstandigheden valt te verwachten dat de kans op nieuw delictgedrag aanmerkelijk toeneemt. Bij de beoordeling betrekt de rechtbank ook dat de veroordeelde, ondanks de door de reclassering als hoog ingeschatte kans op herhaling en het gebrek aan inzicht in de daadwerkelijke omvang van het gokgedrag van de veroordeelde, sinds zijn vrijlating niet voor nieuwe feiten met politie en justitie in aanraking is gekomen. Afgezien van de drugssmokkel waarmee de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf verband houdt, is de veroordeelde nooit wegens het plegen van enig misdrijf veroordeeld. Tot slot komt in dit verband ook betekenis toe aan het feit dat de proeftijd inmiddels is geëindigd. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet opportuun.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- S.J.A. Rosendahl
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
