Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2020:9432

Rechtbank Noord-Holland · 12-11-2020 · zaaknummer AWB - 20 _ 4828

BestuursrechtGepubliceerd 13-11-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter stelt vast dat er naar aanleiding van eisers beroep op het overgangsrecht meerdere vragen spelen: was vóórdat(bedrijf)de parterreruimte in het Pand betrok deze ruimte beschikbaar voor feestactiviteiten van het partycentrum? En zo ja, kan de vestiging van (bedrijf)in plaats van (een onderdeel van) het partycentrum worden opgevat als een verkleining van de afwijking als bedoeld in artikel 24.2 van de planvoorschriften. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om deze laatste vraag eerst te behandelen. Of sprake is van verkleining in de afwijking zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld, mede aan de hand van de feitelijke situatie ter plaatse. De voorzieningenrechter stelt vast, mede op basis van de bouwtekeningen uit 2009, dat de oppervlakte van de parterreruimte 71,2 m2 bedraagt; de oppervlakte van de feestruimte op de eerste verdieping is 6 x groter, namelijk 422 m2. Mede gelet op de geringe afmetingen van de parterreruimte gaat de voorzieningenrechter er vanuit dat voor zover deze parterreruimte als onderdeel van de feestruimten werd gebruikt, dit gebruik doorgaans zal bestaan als ondersteunende ruimte voor de te houden feesten op de eerste verdieping, bijvoorbeeld -zoals ook ter zitting besproken- voor de ontvangst van (mannelijke) bezoekers van bruiloftsfeesten. Voor zelfstandige feesten (met een groot aantal bezoekers) is de parterreruimte eenvoudigweg te klein. Gelet op hetgeen [hiervoor] is vastgesteld […] is de voorzieningenrechter van oordeel dat met de vestiging van (bedrijf) de afwijking van het in het bestemmingsplan toegestane gebruik ter plaatse niet kleiner is geworden. Door het vestigen van (bedrijf) is er in het Pand een tweede aparte (los van de te houden feesten) activiteit bij gekomen met andere openingstijden, andere leveranciers en met een eigen bezoekersstroom die los staat van de bezoekersstroom van het partycentrum. Als een gevolg hiervan wordt de impact op de ruimtelijke uitstraling van het bedrijfspand eerder vergroot en zeker niet verkleind. De omstandigheid dat een feestzaal gelet op de Staat van Horeca-activiteiten als zware horeca (categorie 3) wordt aangemerkt en een kebabzaak als lichte horeca (categorie 1), kan gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet leiden tot een ander oordeel. In dit verband is ook niet zonder belang dat de verzwaring van de categorie met name zit in het feit dat categorie 3 Horeca grote aantallen bezoekers kan aantrekken met als gevolg daarvan grote hinder voor de omgeving, maar zoals hierboven reeds vastgesteld zijn de afmetingen van de parterreruimte op zichzelf te gering om (als zelfstandige ruimte) grote aantallen bezoekers te trekken. Het beroep van eiser op het overgangsrecht kan dan ook niet slagen. Gelet hierop behoeft de eerste vraag van rechtsoverweging 6.1 geen beantwoording meer. Er is derhalve sprake van een overtreding van het bestemmingsplan.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.