ECLI:NL:RBNHO:2020:7405
Rechtbank Noord-Holland · 08-09-2020 · zaaknummer C/15/302124 / FA RK 20-2093
Inhoudsindicatie
Afwijzing van het verzoek tot benoeming van een tijdelijke voogd op grond van artikel 1:253q lid 3 BW. Uit de redactie van artikel 1:253q lid 3 BW, in samenhang gelezen met artikel 1:253q lid 5 BW, blijkt dat voor de benoeming van een voogd de gezag dragende ouder daartoe tijdelijk onbevoegd moet zijn op grond van artikel 1:246 BW. Nu de moeder minderjarig is, heeft zij nooit het gezag uitgeoefend waardoor de benoeming van een tijdelijke voogd op grond van dit artikel niet mogelijk is. Daarbij is een tijdelijke voogd in deze zaak niet passend nu de moeder heeft aangegeven afstand te willen doen van haar kind. De rechtbank leest het verzoek van de Raad als zijnde gegrond op artikel 1:295 BW en belast de GI alsnog met de voogdij over de minderjarige.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
