Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2020:6994

Rechtbank Noord-Holland · 08-09-2020 · zaaknummer AWB - 19 _ 5637

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 07-09-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiser drijft een VOF met zijn echtgenote. In 2016 hebben zij - in een samenwerking met een voor de VN werkzame vriendin - winst behaald met transacties met vluchtelingententjes in Afrika. Verder hebben eiser en zijn echtgenote de VOF in 2017 ingebracht in een BV. In deze zaak spelen twee geschilpunten: Dient de winst die behaald is met de transacties met vluchtelingententjes (€ 72.172) opgenomen te worden in de winst van de VOF over 2016? De rechtbank is van oordeel dat verweerder de winst over de transacties met vluchtelingententjes terecht tot de winst van de VOF heeft gerekend. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een bedrijfsvreemde transactie die tot de privésfeer behoort. Is de onderneming van de VOF met terugwerkende kracht tot 3 oktober 2016 (geruisloos) ingebracht in de BV, en dient derhalve het na 3 oktober 2016 door de VOF behaalde resultaat uit eisers winst voor het jaar 2016 te worden geëlimineerd? Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiser daarop mocht vertrouwen. Eiser stelt dat hij op basis van een beschikking van verweerder erop mocht vertrouwen dat de onderneming van de VOF met terugwerkende kracht tot 3 oktober 2016 is ingebracht in de BV en dat derhalve het na 3 oktober 2016 door de VOF gerealiseerde resultaat uit zijn belastbare winst over het jaar 2016 ge⁅ë⁆limineerd dient te worden. De rechtbank is van oordeel dat hoewel de wetgeving niet voorziet in het herzien van een onherroepelijke beschikking geruisloze inbreng, dit toch mogelijk is indien sprake is van een ook voor eiser kenbare fout. Gelet op het ontbreken van een op het onderhavige geval toegesneden wettelijke regeling sluit de rechtbank op dit punt aan bij het algemene bestuursrechtelijke uitgangspunt dat aan een bestuursorgaan in beginsel de bevoegdheid toekomt een gemaakte fout te herstellen, mits het daartoe strekkende besluit niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en ook overigens geen sprake is van strijd met enig geschreven of ongeschreven rechtsregel of enig algemeen rechtsbeginsel (zie bijvoorbeeld CRvB 19 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1079, r.o. 4.3; vgl. ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2053, r.o. 4.2). Voorts maakt de rechtbank op dat eiser redelijkerwijs had kunnen en moeten begrijpen dat de door verweerder gegeven beschikking voor een geruisloze omzetting per 3 oktober 2016 onjuist was. Van eisers gemachtigde mag zeker worden verwacht dat de gemaakte fout voor hem als redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur op het eerste gezicht kenbaar is geweest. Dit betekent dat aan de afgegeven beschikking geruisloze inbreng met terugwerkende kracht tot 3 oktober 2016 van 17 mei 2017 in dit geding voorbij kan worden gegaan, en dat de winst van de VOF over het gehele jaar 2016 voor het gedeelte overeenkomend met zijn gerechtigdheid bij eiser belast is. Het beroep is ongegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.