Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2020:6499

Rechtbank Noord-Holland · 26-08-2020 · zaaknummer C/15/303282 / FA RK 20-2699

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 21-08-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

[minderjarige], nu 7 jaar, is een jongetje met complexe problematiek. Hij ontwikkelt zich nauwelijks. Hij functioneert op het niveau van een kind van ongeveer anderhalf jaar oud. Ondanks alle pogingen is het geen van de instanties, ook de jeugdbescherming en de Raad niet, gelukt tot een constructieve samenwerking met de ouders te komen. Kern van het verweer van de ouders is dat een eventuele achterblijvende ontwikkeling en afwijkend gedrag van [minderjarige] verklaard worden door stoornissen in het autistisch spectrum. Er is geen sprake van een multi-complex probleem. De ouders zijn van mening dat met de einddiagnose autisme het onderzoek van [minderjarige] is afgerond en dat er (dus) geen sprake is van systeemproblematiek. Beoordeling: De beslissing om [minderjarige] in [instelling] te plaatsen en vervolgens die plaatsing te verlengen, is herhaaldelijk, óók op verzoek van de ouders, door de rechtbank en het gerechtshof getoetst en bekrachtigd. De machtiging uithuisplaatsing, alsook de ondertoezichtstelling, is telkens, voor het laatst bij beschikking van de kinderrechter van 10 februari 2020 tot 13 februari 2021, verlengd. Op 24 juni 2020 hebben de ouders hebben alle rechterlijke uitspraken genegeerd en [minderjarige] onrechtmatig meegenomen uit [instelling]. De ouders hebben [minderjarige] hiermee de noodzakelijke hulp en behandeling onthouden. Ouders blijven steken in hun focus op de diagnose ‘ASS’ en zijn niet bereid in het belang van [minderjarige] te handelen en zijn problematiek in zijn totaliteit te onderkennen. De ouders weigeren keer op keer de samenwerking met [instelling] of welke instelling dan ook aan te gaan. Dit laat zien dat zij niet in staat zijn de eigen focus ondergeschikt te maken aan het belang van [minderjarige]. Door telkens de deskundigheid van hulpverleners en artsen niet te respecteren en te accepteren, laten de ouders zien dat zij niet in staat zijn te handelen op basis van wat [minderjarige] werkelijk nodig heeft. De rechtbank concludeert dat aan de beide criteria van artikel 1:266, eerste lid BW (zowel sub a als sub b) is voldaan en dat beëindiging van het gezag van de ouders in het belang van [minderjarige] is, zodat het verzoek tot beëindiging van het gezag zal worden toegewezen. De rechtbank betreurt het overigens dat de advocaat en de ouders er telkens voor kiezen het conflict te zoeken op basis van ongefundeerde beschuldigingen en verdachtmakingen richting de GI, de Raad en andere instanties in plaats van, in het belang van [minderjarige], de samenwerking aan te gaan.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

  • H.W.R. Nakad-Weststrate

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.