ECLI:NL:RBNHO:2020:642
Rechtbank Noord-Holland · 30-01-2020 · zaaknummer AWB - 18 _ 5245
Inhoudsindicatie
Eiser dient aangemerkt te worden als Rijnvarende. De Rijnvaartverklaring is geldig. Niet gebleken is dat de tot de gedingstukken behorende Rijnvaartverklaring vanwege een wijziging is vervangen door een nieuwe. De verklaring van eiser dat het schip niet is gebruikt in de Rijnvaart is niet onderbouwd met (bewijs)stukken. Het voorwaardelijk ter zitting gedane bewijsaanbod is door de rechtbank afgewezen. Het is onvoldoende concreet en bovendien tardief. Daarbij slaat de rechtbank onder meer acht op de goede procesorde en het bepaalde in artikel 8:58 van de Awb. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn, wordt aan eiser een immateriële schadevergoeding toegekend.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
