ECLI:NL:RBNHO:2020:1245
Rechtbank Noord-Holland · 20-02-2020 · zaaknummer 15/104910-19
Inhoudsindicatie
De rechtbank spreekt verdachte vrij van poging tot uitlokking van (medeplichtigheid aan) moord. Verdachte zou in de Penitentiaire Inrichting (PI) een medegedetineerde hebben benaderd om zijn ex-vrouw en een kennis van haar van het leven te beroven. De medegedetineerde heeft telefonisch contact gezocht met één van de vrouwen en – via medewerkers van de PI – de politie ingeschakeld. De medegedetineerde was in het bezit van door verdachte geschreven briefjes met daarop persoonsgegevens van de vrouwen. Hoewel de rechtbank de verklaring van de medegedetineerde in beginsel betrouwbaar achten, is die verklaring te weinig concreet en op een aantal belangrijke punten te onduidelijk, waardoor de rechtbank te veel twijfel heeft over de concrete en precieze intenties van verdachte. Gelet op deze twijfel heeft zij uiteindelijk niet de overtuiging bekomen dat verdachte daadwerkelijk de medegedetineerde heeft willen uitlokken tot (medeplichtigheid aan) moord op zijn ex-vrouw en haar kennis. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde.
Advocaten
- W.C.J. Alberts
Officier van justitie
- S.M. de Vries
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
