ECLI:NL:RBNHO:2020:10698
Rechtbank Noord-Holland · 10-12-2020 · zaaknummer 299187/20-570
Inhoudsindicatie
Aanvankelijk stond onvoldoende vast of de moeder ook op de langere termijn, binnen een voor de ontwikkeling van [de minderjarige] aanvaardbare termijn als bedoeld in artikel 1:247 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW), niet in staat zou zijn de verantwoordelijkheid voor zijn verzorging en opvoeding te dragen. Door toewijzing van het verzoek tot OTS, kreeg de moeder de gelegenheid te laten zien dat zij bereid en in staat is om binnen het gedwongen kader haar medewerking te verlenen aan de hulpverlening die in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is. Uit alles blijkt dat de moeder van goede wil is en bereid is om dat te doen waarvan de gezinsvoogd zegt dat het nodig is. Het belang van [de minderjarige] in deze zaak moet echter zwaarder wegen dan het belang van de moeder dat haar gezag niet wordt beëindigd. Na beëindiging van het gezag van de moeder zal een voogd direct aanspreekpunt kunnen zijn voor alle betrokken instanties, en kan er sneller overgegaan worden tot het nemen van besluiten en de uitvoering ervan, in het belang van [de minderjarige].
Rechters
Advocaten
- N. Arnols
- R.M. Maliepaard
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
