Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2020:10366

Rechtbank Noord-Holland · 08-12-2020 · zaaknummer 15/080207-20

StrafrechtGepubliceerd 08-12-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Destijds 12-jarige verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 34 uur omdat hij ruim 2 jaar geleden een jongetje van 5 jaar met een kogel uit een luchtbuks had geraakt. Het slachtoffer werd daarbij ernstig gewond. Hij werd geraakt in de borst en liep een klaplong op. De kogel zit nog in zijn borstholte omdat het te risicovol is die te verwijderen. Volgens de rechtbank waren er twee mogelijkheden hoe het incident heeft kunnen gebeuren en de rechtbank gaat van het tweede scenario uit. Het is niet aannemelijk dat verdachte, die in een T-shirt was gekleed, de luchtbuks op zijn fiets heeft meegenomen, gezien de afmetingen en het gewicht ervan. Ook heeft de moeder van het slachtoffer niet verklaard een luchtbuks te hebben gezien toen ze verdachte op zijn fiets op straat zag, terwijl dit wel voor de hand lag. De verklaringen van de drie getuigen zijn bovendien op bepaalde punten, met name het signalement, niet eensluidend. Dit kan door hun zeer jonge leeftijd komen. Bovendien werden de verklaringen van twee van hen pas anderhalve week later opgenomen waardoor ze kunnen zijn beïnvloed. Ook het slachtoffer zelf zegt geen luchtbuks gezien te hebben. Volgens de rechtbank heeft verdachte het slachtoffer niet met opzet willen verwonden, laat staan doden. Door zijn leeftijd kon hij niet inschatten wat de gevolgen konden zijn van zijn actie. Maar hij is wel aanmerkelijk onvoorzichtig geweest. Hij wist dat de luchtbuks gevaarlijk was en mocht hem niet pakken/gebruiken van zijn ouders. Hij heeft dit toch gedaan en ermee geschoten, zonder goed te kijken of iemand in de schietlijn stond. Bij de strafoplegging is er rekening mee gehouden dat verdachte in de eerste verklaringen bij de politie heeft gelogen over wat er is gebeurd. Wel heeft het incident al ruim 2 jaar geleden plaatsgevonden en is de redelijke termijn met 11 maanden overschreden. Dat is zeker in jeugdstrafzaken onwenselijk omdat juist die een opvoedkundig effect moeten kunnen hebben. Berechting van jeugdzaken dient binnen 16 maanden plaats te vinden.

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.