ECLI:NL:RBNHO:2020:10109
Rechtbank Noord-Holland · 02-12-2020 · zaaknummer 15/996503-11 (ontneming)
Inhoudsindicatie
Ontnemingsvordering na fraude. De rechtbank stelt de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op ruim zes ton. De rechtbank stelt de hoogte van het door veroordeelde te betalen bedrag vast op nihil. Er zijn geen aanknopingspunten gebleken, waaruit kan worden afgeleid dat veroordeelde en medeveroordeelde kunnen beschikken over (een deel van) de vermiste beleggersgelden of dat zij op andere wijze over voldoende vermogen of verdiencapaciteit beschikken om een op te leggen betalingsverplichting te kunnen voldoen. De rechtbank stelt op grond van de thans beschikbare informatie vast dat veroordeelde en medeveroordeelde die financiële draagkracht niet hebben. Gelet op hun hoge leeftijd en het feit dat zij geen arbeid meer verrichten of op een andere wijze economische activiteiten ontplooien, valt die financiële draagkracht ook in de toekomst niet meer te verwachten. Dit alles leidt ertoe dat de rechtbank redenen ziet om de aan veroordeelde op te leggen betalingsverplichting te matigen, en wel door deze op nihil te stellen.
Advocaten
- A.L. Rinsma
- J. de Bruin
Officier van justitie
- A. Rogaar
officier van justitie
- L.S. van Haeringen
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
