ECLI:NL:RBNHO:2019:811
Rechtbank Noord-Holland · 10-01-2019 · zaaknummer AWB - 18 _ 2238
Inhoudsindicatie
Nadeelcompensatie. Voorzienbaarheid. Verzoek om vergoeding deskundigenkosten. Afwijzing verzoek om nadeelcompensatie op de grond dat de schade voorzienbaar was gelet op de “Startnotitie Aansluiting N201-A4” uit 1995 (de Startnotitie 1995). De rechtbank is van oordeel dat verweerder zijn bevoegdheid om bij primair besluit het verzoek van eiseres af te wijzen op de prealabale afwijzingsgrond dat sprake is van voorzienbaarheid van de schade niet heeft verwerkt. Hoewel verweerder pas vier jaar nadat eiseres haar verzoek had ingediend de voorzienbaarheid als afwijzingsgrond heeft ingeroepen, heeft verweerder hiermee naar het oordeel van de rechtbank niet onrechtmatig gehandeld. Onder meer omdat verweerder (zeker) in de fase voorafgaand aan het nemen van het primaire besluit diende te bezien of aan de voorwaarden voor toekenning van schadevergoeding was voldaan of dat zich afwijzingsgronden voordeden. De rechtbank is van oordeel dat het aan de afwijzing ten grondslag liggende advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) op onpartijdige wijze is opgesteld. De SAOZ heeft eiseres evenwel niet heeft gehoord en niet in de gelegenheid gesteld haar eventuele bedenkingen op een concept advies kenbaar te maken alvorens het definitieve advies op te stellen. Daardoor heeft geen zorgvuldige voorbereiding door de SAOZ van haar definitieve advies plaatsgevonden. Dit betekent dat verweerder zich voorafgaand aan het nemen van het bestreden besluit niet heeft gekweten van de op hem op grond van artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht rustende vergewisplicht. Dat gebrek kan worden gepasseerd, nu aannemelijk is dat eiseres daardoor niet is benadeeld. Niet in geschil is dat, indien de in 1995 openbaar gemaakte Startnotitie 1995 op zichzelf wordt bezien, op basis van die notitie de voorzienbaarheid van de schade in beginsel kan worden aangenomen. Die voorzienbaarheid is niet weggenomen door naderhand opgestelde documenten, omdat daarin niet expliciet afstand is genomen van in de Startnotitie 1995 genoemde varianten waarbij de huidige aansluiting in de nabijheid van de vestiging van eiseres komt te vervallen. De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in gemaakte deskundigenkosten af. De kosten gemaakt ter voorbereiding van de zitting komen reeds niet voor vergoeding in aanmerking nu zich in het dossier geen door de deskundige zelf uitgebracht advies bevindt aan de hand waarvan is te controleren dat deze advies heeft uitgebracht. Ook de kosten gemaakt voor het bijwonen door de deskundige van de zitting komen niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank acht het inroepen van de deskundige voor het bijwonen van de zitting vanwege de vraag naar de investeringsdatum niet redelijk. Die vraag is te ver verwijderd van wat op zitting, gelet op de standpuntinname van partijen tot dan toe, aan de orde zou hebben kunnen komen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
