ECLI:NL:RBNHO:2019:7141
Rechtbank Noord-Holland · 22-08-2019 · zaaknummer AWB - 19 _ 675
Inhoudsindicatie
De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de in artikel 2 en 3 van bijlage II van het Bor opgesomde vergunningsvrije gevallen niet van toepassing zijn omdat eiser in de garage een zelfstandige woning heeft gerealiseerd. Nu door de verbouwing van de garage het aantal woningen toeneemt, wordt het betoog van eiser dat hij daarvoor geen omgevingsvergunning nodig heeft, verworpen. Gelet op het feit dat met de tot zelfstandige woning omgebouwde garagebox het aantal woningen toeneemt omdat daarmee sprake is van huisvesting van meer dan één afzonderlijk huishouden, is sprake van strijd met het bestemmingsplan ‘Woongebied West’ en het bestemmingsplan ‘Bomenbuurt Vondelkwartier en Akerendam’, zodat het bouwplan in strijd is met het zowel ten tijde van de indiening van de aanvraag als het ten tijde van afwijzing daarvan geldende planologische regime. Het betoog van eiser dat de verbouwing conform het bestemmingsplan is, wordt verworpen. Eiser is van mening dat verweerder de omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan had dienen te verlenen. De rechtbank overweegt dat het besluit om aan een activiteit (bouwen/ gebruiken) in afwijking van het bestemmingsplan al dan niet medewerking te verlenen een discretionaire bevoegdheid van verweerder betreft. De rechtbank dient dat besluit terughoudend te toetsen en kan slechts dan ingrijpen indien de uitkomst van de weging van de bij het bestreden besluit betrokken belangen onmiskenbaar onjuist is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op basis van de hiervoor weergegeven motivering in redelijkheid kunnen besluiten de omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan niet te verlenen. De beoordeling van de ruimtelijke impact is begrijpelijk en niet onmiskenbaar onjuist. De beroepsgronden ten aanzien van de omgevingsvergunning falen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, staat vast dat de verbouwing van de garage in een zelfstandige woning vergunningplichtig was en dat daarvoor geen omgevingsvergunning is verleend. Derhalve is er sprake van een overtreding. Gelet op het voorgaande stond ten tijde van het bestreden besluit, en thans nog steeds, vast dat verweerder niet voornemens is de door eiser gewenste vergunning te verlenen, zodat geen sprake was of is van zicht op legalisatie. Eiser heeft niet onderbouwd dat aan hem door verweerder een toezegging is gedaan waaraan hij de verwachting kon ontlenen dat verweerder niet handhavend zou optreden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
