Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2019:6076

Rechtbank Noord-Holland · 11-07-2019 · zaaknummer 15/243030-18

StrafrechtGepubliceerd 12-07-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Promis. Tegenspraak. De rechtbank stelt voorop dat verdachten in het kader van het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces het recht hebben om belastende getuigen te ondervragen. Wanneer de verdediging, ondanks initiatief daartoe, geen enkele gelegenheid heeft gekregen om een getuige te ondervragen, kan dit consequenties hebben voor de bruikbaarheid van de eerder bij de politie afgelegde verklaring(en) van die getuige als bewijsmiddel(en). Dat zal echter alleen het geval zijn wanneer deze verklaring van beslissende betekenis is voor de veroordeling. Voor de beantwoording van de vraag of de bewezenverklaring in beslissende mate steunt op de verklaring van een, ondanks het nodige initiatief daartoe, niet door de verdediging ondervraagde getuige, is van belang in hoeverre die verklaring steun vindt in andere bewijsmiddelen. Het benodigde steunbewijs moet betrekking hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist. Of dat steunbewijs aanwezig is, wordt mede bepaald door het gewicht van de verklaring van deze getuige in het licht van de bewijsvoering als geheel. Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank de betrokkenheid van verdachte in belangrijke mate baseert op de telecom- en zendmastgegevens van hem én van medeverdachte gecombineerd met de achtergrond van ‘stalking’ van de vriendin van verdachte door aangever. De hieruit vastgestelde feiten komen overeen met de verklaring van aangever over de identiteit van beide personen die de feiten tegen hem hebben gepleegd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verklaringen van aangever niet van beslissende betekenis zijn en gebruik van die verklaringen voor bewijs niet strijdig is met het beginsel van fair trial zoals vervat in artikel 6 EVRM. Onder herhaling van de hierboven gegeven overwegingen en daarin genoemde bewijsmiddelen, stelt de rechtbank vast dat het dossier voldoende bewijs bevat voor de aanwezigheid van verdachte op de plaats en het tijdstip van en betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten om de verklaringen van aangever op dat punt geloofwaardig te achten. Vrijspraak van poging tot zware mishandeling. Veroordeling voor openlijke geweldpleging. Veroordeling voor poging tot doodslag door het inrijden met een auto op aangever (voorwaardelijke opzet). Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van achttien (18) maanden.

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.