ECLI:NL:RBNHO:2019:6012
Rechtbank Noord-Holland · 17-07-2019 · zaaknummer AWB - 17 _ 4785
Inhoudsindicatie
OB. Tussen partijen is in geschil of de naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. In het bijzonder is in geschil of eiseres de afnemer is van de door de dienstverleners verrichte prestaties ter zake van de herfinanciering, zoals verweerder stelt en eiseres bestrijdt. Subsidiair stelt eiseres dat zij recht op aftrek heeft van de verlegde omzetbelasting en de door de Nederlandse dienstverleners in rekening gebrachte omzetbelasting, omdat zij ofwel als commissionair handelde als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Wet OB, dan wel om andere reden de diensten gebruikt voor belaste handelingen. Verweerder bestrijdt beide standpunten. Meer subsidiair betreft volgens eiseres één van de facturen op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel i, onder 2˚, dan wel onderdeel j, onder 1˚, van de Wet OB vrijgestelde prestaties, zodat de naheffingsaanslag moet worden verminderd. Verweerder bestrijdt dit eveneens.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
