ECLI:NL:RBNHO:2019:5869
Rechtbank Noord-Holland · 10-07-2019 · zaaknummer AWB - 18 _ 1020
Inhoudsindicatie
Eiser drijft een eenmanszaak. Tot 2008 exploiteerde hij een hotel in een bedrijfspand. Dit bedrijfspand is in 2008 verkocht. Eiser heeft toen een herinvesteringsreserve (HIR) gecreëerd. In 2009 verkrijgt eiser een nieuw pand in eigendom. Verweerder heeft een navorderingsaanslag aan eiser opgelegd waarin een vrijval van de HIR in aanmerking is genomen. In geschil is of verweerder terecht een navorderingsaanslag aan eiser heeft opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van ambtelijk verzuim. Voorts is de rechtbank van oordeel dat eiser zijn onderneming in 2009 heeft gestaakt en dat verweerder terecht een vrijval van de HIR in aanmerking heeft genomen. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat tevens niet aan de boekwaarde-eis is voldaan, hetgeen ook tot een vrijval van de HIR leidt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
