ECLI:NL:RBNHO:2019:5539
Rechtbank Noord-Holland · 11-06-2019 · zaaknummer 15-158360-17
Inhoudsindicatie
Vrijspraak van wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling. Verdachte zag over het privéterrein van een bekende van hem een groep jongens lopen. Verdachte zag dat één van de jongens tegen een hek trapte, waardoor dit omviel. Verdachte belde de eigenaar van het terrein. Deze vroeg aan verdachte om de jongens vast te houden totdat hij er was. Na het telefoontje heeft de verdachte de groep benaderd en tegen de jongens gezegd dat zij waren aangehouden. Met één van de jongens ontstond een woordenwisseling over de reden van de aanhouding en deze jongen dreigde weg te lopen. Verdachte heeft hem hierop beetgepakt en naar grond gewerkt om hem vast te houden tot de politie er was. De geweldshandelingen die verdachte bij de burgeraanhouding heeft verricht waren noodzakelijk en geboden vanwege het verzet dat door aangever werd gepleegd. De door verdachte aangelegde armklem en klap op het hoofd van de verdachte dienden geen ander doel dan verdachte te beletten om zich aan de aanhouding te onttrekken. Er is onvoldoende bewijs aanwezig voor de wederrechtelijkheid van de gedragingen van de verdachte zoals deze zijn omschreven in de tenlastelegging.
Advocaten
Officier van justitie
- M. Kubbinga
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
