ECLI:NL:RBNHO:2019:11475
Rechtbank Noord-Holland · 16-10-2019 · zaaknummer C/15/286440 / HA ZA 19-224
Inhoudsindicatie
Vordering tot terugbetaling van een geldlening uit 2012 tegen gedaagden 1 en 2. Gedaagden 1 en 2 worden opgedragen bewijs te leveren van hun stelling dat zij in 2015 met de toenmalige bestuurster van eiseres (de moeder van gedaagde 2) hebben afgesproken dat deze geldlening niet opeisbaar is tot haar overlijden. Vordering tot terugbetaling van een geldlening uit 1999 tegen gedaagde 3 is niet toewijsbaar, omdat de uitoefening van het recht van eiseres om tot opeising van de volledige geldlening over te gaan, zonder gedaagde 3 in de gelegenheid te stellen de betaling van de aflossingstermijnen te hervatten, in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Vordering tegen gedaagde 4 is evenmin toewijsbaar, omdat de door eiseres gestelde rekening courantverhouding onvoldoende is gebleken. De vermelding daarvan in de eigen jaarrekeningen van eiseres is daarvoor onvoldoende.
Advocaten
- A.K. Korteweg
- I.M.C.A. Reinders Folmer
- L.C.L. Bults
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
