ECLI:NL:RBNHO:2018:11777
Rechtbank Noord-Holland · 08-10-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 3784
Inhoudsindicatie
Invorderingswet. Schending hoorplicht. Het betoog van eiseres dat het onjuist is om gedurende de beroepstermijn invorderingsmaatregelen te nemen omdat deze de beroepstermijn frustreren is in zijn algemeenheid niet juist. Betekeningskosten zijn ten onrechte in rekening gebracht omdat verweerder vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift tegen de aanslag geen invorderingsmaatregelen heeft mogen nemen. Immers de inspecteur heeft het bezwaarschrift ontvangen voordat de aanmaning was verzonden. De aanmaning kan daarom niet gelden als de voor het uitvaardigen van een dwangbevel vereiste voorafgaande aanmaning. De stukken laten geen andere conclusie toe dan dat belanghebbende met verweerder (uiteindelijk) geen verschil van mening had over de van belang zijnde feiten en/of over de waardering daarvan en dat de geschilpunten enkel de beantwoording van rechtsvragen betroffen en dat belanghebbende in die zin niet is benadeeld. De rechtbank gaat daarom aan de schending van de hoorplicht voorbij.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
