ECLI:NL:RBNHO:2018:11634
Rechtbank Noord-Holland · 22-10-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 2372
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om nadeelcompensatie op grond van de Regeling Nadeelcompensatie Infrastructurele Werken provincie Noord-Holland 2007 (de Regeling) omdat een recht daartoe ontbreekt. Hardheidsclausule. Overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De feitelijke afsluiting van de in- en uitrit ter hoogte van de vestiging van eiseres, die ten grondslag ligt aan het verzoek, heeft in juli 2010 plaatsgevonden. Eiseres heeft op 1 januari 2009 haar activiteiten en materiële activa vervreemd aan een vennootschap en in een onderhuurovereenkomst met die vennootschap opgenomen dat de voorziene omrijschade voor rekening blijft van eiseres om eventuele ontvankelijkheidsproblemen bij een aanvraag om schadevergoeding te voorkomen. Omdat eiseres de onderneming niet meer exploiteerde ten tijde van het peilmoment bestaat voor haar in beginsel geen aanspraak op schade. De in de onderhuurovereenkomst neergelegde afspraak maakt dat niet anders. Met de onderhuurovereenkomst is niet voldaan aan de voorwaarden die artikel 3:94 van het Burgerlijk Wetboek aan (openbare of stille) cessie stelt. Het eventuele recht op schade is dus niet rechtsgeldig voorbehouden of overgedragen aan eiseres. De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat verweerder het verzoek van eiseres terecht heeft afgewezen reeds op de grond dat zij niet degene is die schade lijdt. Een beroep op de in de Regeling neergelegde hardheidsclausule kan naar het oordeel van de rechtbank slechts worden gedaan in die gevallen waarin op basis van de Regeling inhoudelijk op het verzoek is beslist en waarbij de Regeling dus als zodanig is toegepast. Daarvan is in dit geval geen sprake. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat de overschrijding van de termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM van een half jaar in de bezwaarfase door verweerder niet gerechtvaardigd is te achten. De vertraging die in de bezwaarfase is ontstaan door het inschakelen van de tweede deskundige is een gevolg van de omstandigheid dat verweerder zich voorafgaand aan het nemen van het primaire besluit niet heeft gekweten van de op hem rustende vergewisplicht en komt om die reden voor diens rekening en risico. De vertraging die in de bezwaarfase is ontstaan door het inschakelen van de derde deskundige komt om dezelfde reden voor rekening en risico van verweerder.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
