Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2018:10119

Rechtbank Noord-Holland · 21-11-2018 · zaaknummer C/15/265963 / FA RK 17-6365

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 20-11-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Enkele geschil- en beslispunten: Kinderbijdrage: - Behoefte: oordeel dat en waarom de opgevoerde diverse kosten niet behoefteverhogend zijn; - Draagkracht moeder: De vrouw betoogt dat moet worden uitgegaan van het werkelijke rendement dat zij over haar vermogen heeft behaald, over de jaren 2013, 2014 en 2015 gemiddeld een netto bedrag van € 203,83 per maand. De rechtbank oordeelt dat Zonder nadere toelichting van de vrouw, die ontbreekt, niet valt (niet) in te zien dat van haar in redelijkheid niet (meer) verwacht zou kunnen worden ook in de komende jaren deze onttrekkingen voort te zetten om te voldoen aan haar onderhoudsplicht ten aanzien van de kinderen. Uitgaande van een NBI van € 4.500 per maand is haar draagkracht op grond van de draagkrachtformule € 1.561 per maand. Partnerbijdrage: De discussie tussen partijen over de behoeftigheid van de vrouw heeft zich toegespitst op haar (inkomen uit) vermogen De rechtbank is van oordeel dat de vrouw over een vermogen beschikt van een zodanige omvang dat zij, ongeacht haar behoefte, geacht moet worden – mede in aanmerking genomen haar leeftijd – van dat vermogen en het te daaruit te behalen rendement in haar eigen levensonderhoud te kunnen voorzien ook na haar pensioengerechtigde leeftijd. Indien de vrouw meent dat het te behalen rendement onvoldoende is om de komende jaren in haar behoefte te voorzien dan wel om haar pensioen af te dekken, is de rechtbank van oordeel dat van de vrouw mag worden verwacht dat zij inteert op haar vermogen dan wel dat zij haar verdiencapaciteit aanwendt. De vrouw is hoogopgeleid en naar Nederlands recht dient zij in beginsel in haar eigen levensonderhoud te voorzien, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat van bijzondere omstandigheden sprake is. De enkele stelling van de vrouw dat zij vanwege de onregelmatige zorgregeling niet in staat is werk te vinden onder verwijzing naar een aantal brieven van bekenden die haar geen baan kunnen aanbieden, is hiervoor onvoldoende. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden: Vergoedingsrechten: Indien partijen menen dat zij in dit verband van de ander nog een bedrag tegoed hebben, zal - gelet op het voorgaande - moeten komen vast te staan: - de totale kosten van de huishouding per jaar; - ieders inkomen per jaar; - de feitelijke bijdrage van elke partij per jaar. Er is dus een totaaloverzicht nodig, waarbij ten aanzien van het derde punt (de feitelijke bijdragen per jaar) ook inzichtelijk moet zijn wat zij van hun privérekeningen hebben besteed aan de kosten van de gemeenschappelijke huishouding. Het enkele gegeven dat een partij een bepaald bedrag heeft uitgegeven, is onvoldoende voor het aannemen van een vergoedingsrecht van de andere partij. 1.1.1. In aanvulling op de vorige rechtsoverweging heeft te gelden dat het volgens vaste rechtspraak voor de hand ligt aan te nemen dat de onderlinge afrekening periodiek dient plaats te vinden na het verstrijken van ieder kalenderjaar. De ratio achter deze gedachte is dat dan nog een gerede kans bestaat op voldoende over- en inzicht in de inkomens, uitgaven en de bijdragen in die uitgaven. De vrouw heeft zich tijdens het huwelijk nooit op het standpunt gesteld dat zij teveel heeft bijgedragen in de huishoudelijke kosten en dat er in dat verband een afrekening diende plaats te vinden. De rechtbank acht het in strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen partijen beheersen dat zij daar alsnog voor de periode waarin partijen een geregistreerd partnerschap hadden en gehuwd waren, op zou terugkomen. De vrouw heeft daartoe ook geen bijzondere omstandigheden gesteld. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Verhouding / communicatie tussen partijen / advocaten: Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de communicatie tussen partijen slecht verloopt en dat er nog veel spanningen zijn. Door de advocaat van de man is ter zitting naar voren gebracht dat hij sinds oktober 2017 van de advocaat van de vrouw geen inhoudelijke terugkoppeling heeft ontvangen van de door de vrouw (blijkbaar) gesignaleerde complicaties bij de uitvoering van de zorgregeling in de afgelopen maanden. Dit acht de rechtbank niet in het belang van de kinderen. Beide advocaten zijn lid van de vFAS, waarbij de basishouding volgens de eigen gedragscode behoort te zijn die van probleemoplosser en bruggenbouwer. De rechtbank spreekt de verwachting uit dat beide advocaten partijen zodanig kunnen en zullen begeleiden dat zij eventuele bespreekpunten en conflicten op constructieve wijze en in overleg op kunnen lossen. Doel is immers te streven naar een nieuw en houdbaar evenwicht tussen ouders, waarbij het familierechtelijk geschil op een voor alle betrokken partijen, en met name voor de kinderen, op aanvaardbare wijze wordt geregeld. Het voorkomen van escalaties en een langdurige juridische strijd behoort hierbij prioriteit te hebben.

Rechters

Advocaten

  • A.J.F. Manders
  • O.J.V. van Beekhof

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.