Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2017:9921

Rechtbank Noord-Holland · 22-11-2017 · zaaknummer C/15/247747 / FA RK 16-5107

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 24-11-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De man heeft in 1999 - tijdens het huwelijk - een ontslagvergoeding van ruim NLG 626.847,95 wegens gederfde c.q. te derven inkomsten toegekend gekregen, waarvan een deel direct is uitbetaald aan de man, en een bedrag van NLG 300.000 in de vorm van een recht op periodieke uitkeringen, welk bedrag door de werkgever in een levensverzekeringspolis is gestort. Deze polis komt in 2019 – na ontbinding van het huwelijk – tot uitkering. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of deze polis in de verdeling van de tussen hen bestaande gemeenschap van goederen moet worden betrokken. De rechtbank oordeelt dat nu de strekking van de aanspraak op de polis is het verstrekken van een periodieke uitkering wegens gederfde c.q. te derven inkomsten ná ontslag, valt in beginsel een evenredig deel van de uitkering van de polis in de gemeenschap valt. Aan de omstandigheid dat de man tot op het moment van wijzen van deze beschikking nog geen enkele periodieke uitkering uit de polis heeft ontvangen, komt geen betekenis toe, evenmin als aan de omstandigheden dat de man na ontvangst van de ontslagvergoeding een nieuwe dienstbetrekking is aangegaan met een hoger salaris en hij in 2005 een tweede ontslagvergoeding heeft ontvangen. Aangezien aan de man in 1999 een deel van de ontslagvergoeding (NLG 326.487,95) in de vorm van een bedrag ineens is uitgekeerd, is de rechtbank van oordeel dat het deel van de polis dat in de gemeenschap valt, en tussen partijen verdeeld dient te worden, als volgt moet worden berekend: de gehele ontslagvergoeding (een bedrag van NLG 326.487,95 te vermeerderen met de waarde van de lijfrente op de peildatum (10 augustus 2016)) evenredig verdeeld over het aantal maanden over de periode vanaf de datum ontslag (26 februari 1999) tot de pensioengerechtigde leeftijd van de man, welk bedrag vermenigvuldigd dient te worden met het aantal huwelijksmaanden vanaf 26 februari 1999 tot de peildatum (10 augustus 2016) en verminderd dient te worden met het bedrag van NLG 326.487,95 en verminderd dient te worden met de latente belastingclaim op de uitkeringen uit de lijfrentepolis. Hierbij gaat de rechtbank, bij gebrek aan gegevens er vanuit dat voornoemd bedrag van NLG 326.487,95 voor de peildatum reeds is opgesoupeerd dan wel dat partijen er rekening mee houden dat dit bedrag niet dubbel in de verdeling zal worden betrokken. Voor zover de ontslagvergoeding blijkens voornoemde berekening ziet op de periode ná de peildatum zijn deze naar maatschappelijke normen op bijzondere wijze aan de man verknocht.

Rechters

Advocaten

  • C.J. van der Sloot
  • M.H. van der Weit

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.