Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2017:9139

Rechtbank Noord-Holland · 02-11-2017 · zaaknummer HAA 16/931 en 16/3938

Bestuursrecht; BestuursprocesrechtGepubliceerd 01-11-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

UvA mag universitair docent ontslaan. De rechtbank Noord-Holland heeft beslist dat het ontslag van een universitair docent door het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam (UvA) in stand kan blijven. Verder heeft de UvA de docent in de aanloop naar het ontslag op non-actief mogen stellen. De docent was vanaf 2004 werkzaam bij de UvA aan de faculteit der Geestesweten¬schappen, afdeling Kunst en Cultuurwetenschappen. Naar aanleiding van een negatief rapport van de visitatiecommissie en een teruglopende aantal studenten, heeft de UvA een vernieuwing van het onderwijsprogramma doorgevoerd. Die had ook gevolgen voor de vakken waarin de docent les gaf. De docent kon zich niet vinden in deze vernieuwing en weigerde daaraan mee te doen. Hij wilde zijn lessen blijven geven, zoals hij dat altijd deed. Gesprekken met de docent hebben niet tot een oplossing geleid. De docent bleef bij zijn weigeringen en beriep zich daarbij onder meer op zijn academische vrijheid. Verder stelde de docent dat hij werd ontslagen vanwege zijn deelname aan de bezetting van het Bungehuis en het Maagdenhuis in 2015. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten voor de stelling dat het ontslag te maken heeft met de deelname aan de bezettingen van het Bungehuis en het Maagdenhuis. De aanleiding van het arbeidsconflict is gelegen in de wijzigingen in het onderwijsprogramma van de opleiding. Volgens de rechtbank is de docent niet beperkt geweest in zijn academische vrijheid. De UvA heeft een ruime vrijheid bij het bepalen van de inrichting van zijn organisatie. Die vrijheid geldt ook voor de inrichting en vaststelling van het onderwijsprogramma. Wel moet duidelijk zijn dat de gemaakte keuzes op zakelijke en objectieve gronden berusten. Dat is hier het geval. Verder gaat de academische vrijheid niet zo ver dat de docent zich niet hoefde te houden aan het in overleg en op zorgvuldige wijze vastgestelde onderwijs¬programma. Het stond de docent vrij om binnen het vastgestelde nieuwe onderwijs¬programma op eigen wijze en naar eigen inzicht invulling te geven aan de inhoud van zijn lessen. De ongeschiktheid van de docent voor zijn functie ziet niet op zijn kwaliteit als docent en zijn expertise, maar op andere aspecten van zijn functie, zoals de samenwerking met collega’s, het opvolgen van werkinstructies, het accepteren van gezagsverhoudingen en het zich houden aan gemaakte afspraken. Op deze aspecten functioneerde de docent onvoldoende. Zijn houding en gedrag bemoeilijkten de samenwerking met zijn leidinggevenden ernstig. Hij heeft geen verbetering laten zien. Ook niet nadat hij daarop meermalen was aangesproken. De docent heeft steeds vastgehouden aan zijn eigen gelijk. Hij heeft telkens uitdrukkelijk gesteld dat hij zich niet wil aanpassen en voegen naar de wijzigingen binnen de opleiding. Daarom bestond er ook geen vertrouwen meer in een goede afloop bij herplaatsing naar een andere functie. Tegen de uitspraak van de rechtbank kunnen partijen hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.