ECLI:NL:RBNHO:2017:5228
Rechtbank Noord-Holland · 16-06-2017 · zaaknummer 16/4845
Inhoudsindicatie
Begrip ‘eigen woning’ als bedoeld in artikel 3.111, eerste lid, van de Wet IB 2001. Benedenwoning en bovenwoning zijn gedurende het gehele jaar gezamenlijk als één woning gebruikt voor het gezamenlijke huishouden van eiser en zijn vriendin; deze woning is om die reden een eigen woning in de zin van in artikel 3.111, eerste lid, van de Wet IB 2001. Daar doet niet aan af dat voor de toepassing van de Wet waardering onroerende zaken sprake is van twee afzonderlijke onroerende zaken noch dat eiser en zijn vriendin in de BRP zijn ingeschreven op respectievelijk het adres van de bovenwoning en het adres van de benedenwoning.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
