ECLI:NL:RBNHO:2017:438
Rechtbank Noord-Holland · 12-01-2017 · zaaknummer 15/720064-16
Inhoudsindicatie
Verkort strafvonnis; mensensmokkel. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel door zijn aangetrouwde neef behulpzaam te zijn geweest bij het zich verschaffen van toegang tot het Verenigd Koninkrijk en ten behoeve daarvan de doorreis door Nederland welke hulp hierin bestond dat verdachte hem vergezeld heeft naar een reisbureau teneinde vliegtickets voor hem te kopen, hem naar en op de luchthaven Schiphol te vergezellen en te begeleiden alsmede hem te begeleiden tijdens en na de vlucht vanaf Schiphol naar het Verenigd Koninkrijk. Verdachte wist dat die neef daarbij gebruik maakte van een valse naam en een vervalst paspoort. Door dit misdrijf wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere lidstaten van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook het vertrouwen geschaad dat in het internationale personenverkeer in identiteitspapieren en persoonsgegevens zoals bekend bij (overheids)instanties dient te kunnen worden gesteld. Daar komt nog bij dat ook het beeld van de ‘echte’ asielzoeker daardoor kan worden geschaad. Wegens de aard en ernst van dit feit is de rechtbank van oordeel dat – uit een oogpunt van normhandhaving en zowel generale als speciale preventie – in beginsel slechts een vrijheidsbenemende straf geboden is. De rechtbank is echter wel van oordeel dat in de persoonlijke omstandigheden van verdachte grond is gelegen ten voordele van verdachte enigszins af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd, nu hij blijkens het op zijn naam staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 16 november 2016, niet eerder ter zake van enig strafbaar feit in Nederland is veroordeeld en reeds tien jaar een vaste baan in Nederland heeft, die door een (lange) onvoorwaardelijke gevangenisstraf op het spel zou kunnen komen te staan. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee (2) jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd wederom schuldig te maken aan een strafbaar feit. Verder is de rechtbank gelet op de ernst van het feit van oordeel dat daarnaast aan verdachte de maximale taakstraf moet worden opgelegd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- A.M.H.G. Peters
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
