ECLI:NL:RBNHO:2017:2965
Rechtbank Noord-Holland · 26-01-2017 · zaaknummer 5368266 CV EXPL 16-5365
Inhoudsindicatie
Verzoek ex artikel 4:194a BW. Artikel 4:194a BW is in werking getreden op 1 september 2016, derhalve nadat gedaagde de nalatenschap had aanvaard en nadat de vordering van eiser aan gedaagde bekend is geworden. Dat was immers al in 2015. Bij de invoering van artikel 4:194a BW is geen overgangsbepaling gevoegd. Bezien in het licht van de totstandkoming van dit artikel, moet ervan uit worden gegaan dat deze regeling geen werking heeft voor schulden die al voor inwerkingtreding van de wet bekend zijn geworden (zie MvT, Kamerstukken II 2014/15, 34224, 3, p. 9 en Verslag, Kamerstukken II 2015/16, 34224, 5, p. 17). Gedaagde komt derhalve geen beroep toe op dit artikel. Het verzoek wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
