ECLI:NL:RBNHO:2017:2591
Rechtbank Noord-Holland · 29-03-2017 · zaaknummer 5391028 CV EXPL 16-7798
Inhoudsindicatie
Belangenafweging ihkv artikel 10 EVRM => recht op vrije nieuwsgaring. In dit geval valt de belangenafweging uit in het voordeel van de woningcorporatie . Relevant hierbij is dat voldoende gelijkwaardige alternatieven voorhanden zijn, bijvoorbeeld live-streaming via internet, digitale televisie of IPTV. De omstandigheid dat de huurder alleen woont en niet weet hoe het internet werkt, weegt onvoldoende zwaar. Niet valt in te zien dat de huurder in dat kader geen hulp kan vragen. Zijn stelling ter zitting dat hij via digitale televisie en IPTV niet de door hem gewenste zenders kan ontvangen gaat niet op. Uit de door woningcorporatie overgelegde lijst blijkt dat de door huurder genoemde zenders via het IPTV-kastje, de zogenaamde RED360, kunnen worden ontvangen. Overigens is deze lijst niet uitputtend. Wat betreft de door huurder gestelde financiële belangen gaan partijen ervan uit dat de aanschaf van een IPTV-kastje € 99,00 bedraagt en dat een schotelantenne tussen € 30,00 en € 110,00 kost. Een IPTV-kastje kost dus min of meer hetzelfde als een schotelantenne. Aan de prijs van een IPTV-kastje op zich wordt geen bijzondere betekenis gehecht in het kader van onderhavige belangenafweging. Voorts overweegt de kantonrechter dat de prijzen voor een internetverbinding een feit van algemene bekendheid zijn. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat de huurder voor € 25,00 per maand een internetverbinding kan krijgen met een voor een IPTV-verbinding toereikende snelheid. Daar komen bij de kosten in verband met de jaarlijkse opwaardering van het IPTV-kastje ten bedrage van (gesteld) € 70,00. De kosten om door middel van IPTV nieuws te vergaren bedragen dus € 370,00 per jaar (€ 25,00 x 12 + € 70,00). Als deze kosten worden afgezet tegen de kosten dit de huurder op dit moment heeft – de huurder heeft ter zitting aangegeven dat hij een KPN-abonnement van € 17,00 per maand heeft om via de kabel de zenders Nederland 1, 2 en 3 te ontvangen – dan is er sprake van een kostentoename van € 166,00 per jaar, zijnde € 13,83 per maand. Deze toename rechtvaardigt niet de stelling van de huurder dat hij om financiële redenen geen gebruik kan maken van het door woningcorporatie voorgestelde alternatief. De enkele stelling van de huurder dat zijn jaarinkomen € 17.500,00 is, acht de kantonrechter daarvoor in ieder geval onvoldoende. De gevorderde vergoeding van de volledige proceskosten wordt afgewezen => oneerlijk beding als bedoeld in richtlijn 93/13 EG.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
