ECLI:NL:RBNHO:2017:2571
Rechtbank Noord-Holland · 22-03-2017 · zaaknummer C/15/236228 / HA ZA 15-821
Inhoudsindicatie
Vordering van echtgenoot en dochter van overledene tot veroordeling van gedaagde (zuster van de overledene en de rechthebbende op het graf) om toestemming te verlenen tot herbegrafenis van de overledene. Gedaagde beroept zich op het gezag van gewijsde van een eerdere procedure tussen partijen die in 2010 heeft geleid tot een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2010:BO2416). Dat beroep slaagt voor zover het is gebaseerd op feiten en omstandigheden die al aan de orde zijn geweest in de vorige procedure. Het gezag van gewijsde staat er echter niet aan in de weg dat sprake kan zijn van nieuwe feiten en omstandigheden die niet voorafgaand aan het arrest aan de orde konden worden gesteld en die nopen tot het oordeel dat gedaagde thans misbruik maakt of heeft gemaakt van haar bevoegdheid om toestemming tot opgraving te weigeren. De rechtbank concludeert dat hetgeen eisers hebben aangevoerd niet kwalificeert als nieuwe feiten of omstandigheden in die zin. De vordering wordt afgewezen
Advocaten
- G. Dik
- J.M. Bakx-van den Anker
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
