ECLI:NL:RBNHO:2017:1968
Rechtbank Noord-Holland · 08-03-2017 · zaaknummer 220193
Inhoudsindicatie
Vordering van Flory Cart tot betaling van facturen. Het verweer van Albert Heijn bestaat er onder meer uit dat reeds bevrijdend is betaald aan derden die onder haar executoriaal beslag hadden gelegd. Het gaat hier om een procedure met internationale aspecten in die zin dat Flory Cart een in Italië gevestigde vennootschap is op wie een insolventieprocedure naar Italiaans recht (de concordato preventivo) van toepassing was. Uit artikel 4 van de Europese Verordening inzake Insolventieprocedures volgt dat de insolventieprocedure en de gevolgen daarvan worden beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de insolventieprocedure wordt geopend. Nu de insolventieprocedure in kwestie in Italië is geopend, worden de gevolgen daarvan beheerst door het Italiaanse recht. Nu vast staat dat Albert Heijn aan de beslagleggers heeft betaald nadat de insolventieprocedure naar Italiaans recht was geopend, moet worden beoordeeld of zij toen nog bevrijdend kon betalen. De conclusie van de rechtbank is dat artikel 44 van de Italiaanse Faillissementswet niet van toepassing is op de concordato preventivo. Dat betekent dat de betalingen die Albert Heijn aan de beslagleggers heeft gedaan, bevrijdend zijn gedaan
Advocaten
- J.A. Bloo
- M.C. van Genugten
- R.A.M. Schram
- U. LAGERHAUS GMBHgevestigd
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
