Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2017:10595

Rechtbank Noord-Holland · 22-12-2017 · zaaknummer AWB - 17 _ 1442

BestuursrechtGepubliceerd 19-12-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De rechtbank ziet zich (mede) gelet daarop allereerst gesteld voor de vraag of verweerder het verzoek terecht heeft aangemerkt als een Wob-verzoek. De rechtbank beantwoordt de vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt. Om als Wob-verzoek te kunnen kwalificeren moet aan een verzoek om informatie allereerst expliciet de Wob ten grondslag worden gelegd. Aan dit vereiste is, blijkens de tekst van het verzoek, voldaan. Voorts kan een verzoek niet als WOB-verzoek worden aangemerkt, als de verzoeker met zijn verzoek geen openbaarmaking voor een ieder heeft beoogd. Voor dit oordeel vindt de rechtbank steun in de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna Afdeling) van (bijvoorbeeld) 11 januari 2017, 15 februari 2017 en 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:58, 384 respectievelijk 1702). De rechtbank overweegt dat uit de in dit verband relevante passage in haar verzoek, hiervoor onder 1.2. opgenomen, expliciet volgt dat (..) met het verzoek geen openbaarmaking voor een ieder heeft beoogd. Uit genoemde passage leidt de rechtbank af dat het verzoek enkel en alleen is gedaan met het doel informatie te verkrijgen die kan worden gebruikt in een door (..) geïnitieerde procedure ter verkrijging van een octrooirecht. Dat (..) ter zitting te kennen heeft gegeven er geen bezwaar tegen te hebben dat de documenten voor een ieder openbaar worden, leidt, onder verwijzing naar de hiervoor aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 15 februari 2017, niet tot een ander oordeel. Daartoe is redengevend dat het bestreden besluit ex tunc moet worden getoetst, hetgeen inhoudt dat het bestreden besluit wordt getoetst naar het recht en de feiten op het moment dat het besluit is genomen. Nu, gelet op het hiervoor overwogene, de brief van 20 oktober 2015 geen verzoek om toepassing van de Wob bevat en ook anderszins geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, is de reactie van verweerder daarop van 25 juli 2016 geen besluit. Verweerder had het tegen de brief van 25 juli 2016 gemaakte bezwaar derhalve niet-ontvankelijk moeten verklaren.”

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.