ECLI:NL:RBNHO:2016:9836
Rechtbank Noord-Holland · 10-11-2016 · zaaknummer 96/048989-14
Inhoudsindicatie
Is de huidige regelgeving, zoals omschreven in artikel 10A van het Besluit alcoholonderzoeken, dat niet voorschrijft dat verdachte wordt gewezen op zijn recht op tegenonderzoek, in strijd met de rechten zoals bedoeld in artikel 6 EVRM in combinatie met artikel 47 van het Handvest en de daarop gebaseerde jurisprudentie? De politierechter is van oordeel dat geen sprake is van een situatie waarin verdachte’s recht op een eerlijk proces, dan wel een door het Handvest gewaarborgd recht is geschonden. Dit betekent dat de politierechter geen grond ziet om een prejudiciële vraag te stellen zoals de raadsman heeft verzocht. Los daarvan kan het Hof van Justitie zich in het kader van de prejudiciële procedure niet uitspreken over de uitleg en toepassing van nationale bepalingen en de verenigbaarheid daarvan met het Unierecht.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- B. Niks
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
