ECLI:NL:RBNHO:2016:8190
Rechtbank Noord-Holland · 20-09-2016 · zaaknummer 15/800239-16
Inhoudsindicatie
Promis; diefstal; medeplegen diefstal; overtreding van artikel 5 van de wegenverkeerswet 1994; gevangenisstraf 57 dagen feit 1, 2 en 3; 9a Sr feit 4. Verdachte heeft op 6 juni 2016 samen met een andere man twee kentekenplaten gestolen en deze nummerborden zijn daarna aangebracht op de BMW die op naam staat van de moeder van verdachte. Vervolgens is verdachte met deze auto naar een benzinepomp gereden, waar de bijrijder van verdachte heeft getankt en door hem noch verdachte is betaald voor deze brandstof. Nadat men een politieauto zag, is verdachte met de BMW met zeer hoge snelheid (tot meer dan 100 kilometer per uur) naar Lutjebroek gereden, waarbij de auto soms slingerend over de weg reed, waardoor er gevaar was voor andere weggebruikers. Tijdens deze rit heeft verdachte een andere auto aangereden, een ijzeren tuinhek geraakt en gereden door een tuin, waarna de auto is gecrasht en tot stilstand kwam, waarna verdachte en zijn passagier de auto hebben verlaten. Uit het dossier blijkt hoeveel indruk deze dollemansrit heeft gemaakt op de slachtoffers en toevallige passanten. Na het verlaten van de auto is verdachte gevlucht, heeft hij zich enige tijd verborgen in een schuur en heeft toen hij vervolgens dit gebouw weer verliet de fiets van de zoon van de eigenaar van de schuur meegenomen. De rechtbank rekent het verdachte bijzonder aan dat hij met zijn poging om aan de politie te ontkomen aan anderen veel schade en overlast heeft toegebracht. Voornoemde feiten rechtvaardigen, mede gelet op de omvangrijke justitiële documentatie van verdachte, in beginsel een langdurige gevangenisstraf. Echter, gelet op het feit dat verdachte bij vonnis van deze rechtbank van 28 april 2016 een onvoorwaardelijke ISD-maatregel heeft opgelegd gekregen, dat dit vonnis onherroepelijk is geworden en dat het ISD-traject inmiddels is aangevangen, is de rechtbank van oordeel dat het zowel in het belang van verdachte als van de maatschappij is dat dit traject wordt voortgezet. De rechtbank zal daarmee rekening houden bij het bepalen van de duur van de vrijheidsbenemende straf die naar haar oordeel aan verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 dient te worden opgelegd. Met betrekking tot feit 4 – dat een overtreding betreft, waarvoor een afzonderlijke straf dient te worden opgelegd – acht de rechtbank het raadzaam te bepalen dat in verband met voornoemd ISD-traject er voor dit feit geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Advocaten
Officier van justitie
- A.S. Heij
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
