Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2016:6338

Rechtbank Noord-Holland · 22-07-2016 · zaaknummer 15-155584-15 (P)

StrafrechtGepubliceerd 29-07-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Promis; bewezenverklaring ten aanzien van het zich beledigend uitlaten over een groep mensen, te weten moslims, vanwege hun geloofsovertuiging; strafoplegging; geheel voorwaardelijke geldboete. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het beledigen van een groep mensen wegens hun godsdienst, namelijk moslims, op een openbare Facebookpagina. Deze uitlatingen zijn zeer kwetsend, hetgeen ook blijkt uit enkele reacties die daarop gekomen zijn van andere Facebookgebruikers. Het krenken van anderen vanwege ras, godsdienst of seksuele geaardheid – kortom het wezen van een persoon – is verwerpelijk en past niet binnen een samenleving waarin iedereen zich – ongeacht ras, geaardheid, godsdienst of geloofsovertuiging – veilig moet kunnen voelen en in vrijheid de hem of haar toekomende burgerrechten moet kunnen genieten hetgeen de noodzaak tekent van het bestrijden van discriminatie op basis van godsdienst. De uitlatingen van verdachte dragen daarentegen bij aan een klimaat waarin de kans op een discriminerende en gewelddadige bejegening van moslims groter wordt. Dit is verdachte kwalijk te nemen, zodat de op te leggen straf verdachte duidelijk dient te maken hoezeer de samenleving zijn uitlatingen veroordeelt en verafschuwt. Tevens dient deze straf ter algemene preventie. De rechtbank neemt ten voordele van verdachte allereerst in aanmerking, dat verdachte ter terechtzitting volledig afstand heeft genomen van de door hem gedane uitlatingen en aldus blijk heeft gegeven het laakbare van zijn eigen handelen in te zien. Daar komt bij dat verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële documentatie d.d. 14 juni 2016 in het verleden nimmer ter zake van enig strafbaar feit met politie en/of justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf in beginsel voldoende recht doet aan de aard en de ernst van het feit, maar ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding enigszins af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd. Daartoe overweegt de rechtbank dat verdachte tot het plegen van het feit is gekomen in een zeer emotionele periode waarin hij werkloos hele dagen thuis zat. In die tijd bekeek verdachte veelvuldig gruwelijke beelden van ISIS onthoofdingen op internet en in reactie daarop heeft hij de uitlatingen gedaan. Voort is de rechtbank op grond van hetgeen door en namens verdachte is aangevoerd genoegzaam gebleken dat verdachte weliswaar sinds kort weer werk heeft en aldus een inkomen geniet, maar dat hij door de rechtbank onder beschermingsbewind is geplaatst, hetgeen invloed heeft op zijn zeer beperkte draagkracht. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een geldboete van na te noemen hoogte moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze geldboete vooralsnog niet hoeft te worden voldaan en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee (2) jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit, in het bijzonder het zich opnieuw op dergelijke wijze uitlaten op Facebook dan wel een ander social media platform of openbaar medium.

Advocaten

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.