ECLI:NL:RBNHO:2016:5961
Rechtbank Noord-Holland · 08-07-2016 · zaaknummer 15/820324-16 en 16-003166
Inhoudsindicatie
Meervoudige raadkamer; bezwaarschrift tegen de afwijzing van de rechter-commissaris op het verzoek van de verdediging om een getuige te horen. De rechter-commissaris heeft in zijn afwijzende beslissing d.d. 23 mei 2016 met toepassing van het criterium dat de rechter-commissaris het verzoek slechts dan afwijst ‘indien de gevraagde onderzoekshandeling niet kan bijdragen aan enig in de strafzaak te nemen beslissing’ – zakelijk weergegeven – geoordeeld, dat uit de onderbouwing van het verzoek tot het horen van de getuige niet kan worden opgemaakt dat het horen van hem van belang is voor enige in deze strafzaak uit hoofde van artikel 348 en 350 Sv te nemen beslissing. Hierbij is volgens de rechter-commissaris van belang dat: “Een verhoor van [getuige] als getuige zal in deze feiten geen verandering kunnen brengen. Gelet hierop en nu naar het oordeel van de rechter-commissaris op grond van deze feiten en de jurisprudentie over het bestanddeel “opzettelijk” in de zin van artikel 2, onder A, juncto artikel 10, vijfde lid, van de Opiumwet (met name wat betreft de onderzoeksplicht van een reiziger ten aanzien van zijn of haar bagage), een voorwaardelijk opzet-constructie zeer wel voorstelbaar is – welke beslissing vanzelfsprekend aan de zittingsrechter is – is de rechter-commissaris van oordeel dat op dit moment onvoldoende is onderbouwd dat een verhoor van [getuige] kan bijdragen aan enige in deze strafzaak te nemen beslissing.” Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de rechter-commissaris het juiste criterium heeft gehanteerd bij de beoordeling van het verzoek. Vervolgens is de vraag aan de orde of de rechter-commissaris in redelijkheid tot de afwijzende beslissing heeft kunnen komen. De rechtbank is met de rechter-commissaris van oordeel dat het horen van de gevraagde getuige [getuige] niet van belang is voor enige in deze strafzaak uit hoofde van artikel 348 en 350 Sv te nemen beslissing. De rechter-commissaris heeft dan ook in alle redelijkheid kunnen komen tot de afwijzing op het verzoek van bezwaarde. De rechtbank is op grond van het voorgaande dan ook van oordeel dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard.
Rechters
Advocaten
- C.C.A. Bos-van Hasselt
- C.M. Casteleijns
- T.H. Kapinga
Officier van justitie
- C.C.A. Bos-van Hasselt
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
