ECLI:NL:RBNHO:2016:5532
Rechtbank Noord-Holland · 06-07-2016 · zaaknummer C/15/233301 / FA RK 15-6150
Inhoudsindicatie
- Partnerbijdrage: limitering: de rechtbank ziet aanleiding de lotsverbondenheid van partijen te relateren aan de periode tot de datum waarop de vrouw de AOW-leeftijd bereikt. - Verdeling van gemeenschap van goederen: vergoedingsrechten in geval van erfenis onder uitsluitingsclausule: aankoop auto: De rechtbank is van oordeel dat het op grond van het hierna volgende naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de vrouw haar vergoedingsrecht volledig effectueert. De vrouw heeft ter zitting bevestigd dat partijen de auto niet zouden hebben gekocht, als zij de erfenis niet had gekregen. De rechtbank overweegt dat de strekking van artikel 1:94 van het Burgerlijk Wetboek is te bewerkstelligen dat de in de uitsluitingsclausule neergelegde wil van de erflater om het goed bij uitsluiting aan één van de echtgenoten te doen toekomen, niet mag worden doorkruist door het huwelijksgoederenregime dat tussen echtgenoten geldt (vgl. HR 21 november 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC7049). Naar het oordeel van de rechtbank dient de uiterste wil van erflater echter niet zodanig voorop te staan, dat het de ontvanger niet vrij zou staan het geërfde bedrag naar eigen inzicht te besteden. Dit leidt tot het oordeel dat in elk geval een bedrag van € 17.320,85 van de ontvangen erfenis door de vrouw naar eigen inzicht is besteed en kan worden beschouwd als een bijdrage in de gewone kosten van de huishouding zodat zij haar vergoedingsrecht tot dat bedrag niet kan effectueren maar slechts aanspraak kan maken op de huidige waarde van de auto of de auto zelf. investering in effecten: Echter, het enkele feit dat de vrouw in het onderhavige geval haar geld samen met de man heeft geïnvesteerd in aandelen [naam] kan er naar het oordeel van de rechtbank niet toe leiden dat de vrouw haar gehele vorderingsrecht op de gemeenschap behoudt. Ook in dit geval dient de uiterste wil van erflater niet zodanig voorop te staan, dat het de vrouw niet vrij zou staan het geërfde bedrag naar eigen inzicht te besteden. Immers, indien de vrouw op eigen naam of met een willekeurige derde partij, althans zonder de man, was overgegaan tot aankoop van effecten [naam], zou het koersverlies geheel voor haar rekening en risico zijn gekomen. Het valt niet goed in te zien, en het is naar het oordeel van de rechtbank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, dat het enkele feit dat de vrouw samen met de man is overgegaan tot aankoop, tot gevolg zou hebben dat het koersrisico voor haar tot nihil beperkt zou zijn gebleven. Met de man is de rechtbank daarom van oordeel dat de investering van de vrouw leidt tot een vordering op de gemeenschap van (83,1% van de huidige waarde van de effecten = € 14.648) € 12.172,48 en dat het restant van de huidige waarde bij helfte verdeeld moet worden.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
