ECLI:NL:RBNHO:2016:4416
Rechtbank Noord-Holland · 24-05-2016 · zaaknummer 4959938 OA VERZ 16-13
Inhoudsindicatie
Wwz-zaak. Het verzoek van de werkgever om voorwaardelijke ontbinding wegens een verstoorde arbeidsverhouding wordt toegewezen. Er is geen aanleiding om de beslissing op het verzoek om voorwaardelijke ontbinding aan te houden in afwachting van het antwoord op de prejudiciële vragen die zijn gesteld door de kantonrechter te Enschede (ECLI:NL:RBOVE:2016:1507). Die prejudiciële vragen gaan over de vraag of een werkgever nog kan worden ontvangen in een verzoek tot voorwaardelijke ontbinding na een ontslag op staande voet, mede gelet op de omstandigheid dat uit artikel 7:683 BW volgt dat in hoger beroep een beschikking van de kantonrechter waarbij een oordeel is gegeven over een ontslag op staande voet, door het hof niet kan worden vernietigd. In dit geval gaat het niet om een ontslag op staande voet, maar om de vraag of de arbeidsovereenkomst al dan niet door werknemer is opgezegd. Een oordeel daarover van de kantonrechter kan in hoger beroep door het hof worden vernietigd, omdat geen sprake is van een geval als bedoeld in artikel 7:683 BW. In dat kader heeft de werkgever ook voldoende belang – in de zin van artikel 3:303 BW – bij zijn voorwaardelijke verzoek tot ontbinding, namelijk voor het geval de arbeidsovereenkomst blijkt niet te zijn geëindigd door de gestelde opzegging. zie ook eclinr. 2016:4413
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
