ECLI:NL:RBNHO:2016:3316
Rechtbank Noord-Holland · 26-04-2016 · zaaknummer 15/810260-15
Inhoudsindicatie
Promis; verdachte heeft zich in een periode van meerdere maanden schuldig gemaakt aan zes woninginbraken, één poging daartoe en één poging inbraak in een school. Naast de materiële schade die hiermee is toegebracht aan de slachtoffers leveren deze feiten ook emotionele schade op, omdat de weggenomen goederen vaak persoonlijke eigendommen betreffen die van grote waarde zijn voor de slachtoffers. Daarnaast roept alleen al het feit dat vreemden in of bij de woning zijn geweest over het algemeen bij slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid op. Woninginbraken en ook pogingen daartoe vormen dan ook een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Verdachte heeft zich hier al die maanden niet om bekommerd. Pas ter zitting geeft verdachte toe dat hij kan inzien dat zijn gedrag schade heeft berokkend aan de slachtoffers. Ook heeft verdachte een gestolen goed voorhanden gehad dat uit een woning is weggenomen. Door van diefstal afkomstige goederen in zijn bezit te hebben heeft verdachte een afzetmarkt voor gestolen goederen geboden, en aldus bijgedragen aan het in stand houden van de diefstal van goederen en vermogenscriminaliteit in het algemeen. Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op: - het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 2 augustus 2015, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van (gekwalificeerde) diefstallen onherroepelijk is veroordeeld. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden te recidiveren; - de door GGZ reclassering Palier over verdachte uitgebrachte reclasseringsadviezen gedateerd 3 augustus 2015, 25 augustus 2015, 16 oktober 2015 en 24 november 2015; -het Pro Justitia rapport van (neuro)psycholoog drs. [naam], gedateerd 29 september 2015. De psycholoog komt in zijn rapport tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van ADHD en cluster-B persoonlijkheidsproblematiek. Verdachte heeft een lacunair geweten. Hij heeft een beperkte frustratietolerantie en lijkt onzekerheid en falen niet goed te kunnen verdragen. Vermijden, externaliseren en somatiseren zijn afweermechanismen die betrokkene lijkt in te zetten. Verdachte verdraagt het gaandeweg het gesprek ook steeds minder om zich in te zetten en na een half uur weigert hij verdere medewerking, waardoor er geen volledig rapport tot stand is gekomen. Ook de reclassering signaleert in het rapport van 16 oktober 2015 dat verdachte zich niet aan afspraken houdt en niet onder de indruk is van mogelijke consequenties. Hij recidiveerde binnen de schorsingsperiode. De reclassering acht het noodzakelijk dat er gedragsverandering moet plaatsvinden bij verdachte om de kans op recidive te verminderen. Echter op het moment van rapporteren stond verdachte niet open voor gedragsverandering waardoor geadviseerd wordt tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Ondanks dit advies is verdachte door de reclassering aangemeld bij Stichting Exodus. Verdachte is geschorst op 20 november 2015 met de bijzondere voorwaarde van plaatsing aldaar met een GPS-enkelband. Verdachte is echter nooit verschenen en is op 23 november 2015 wederom aangehouden wegens de poging inbraak in de school. Het eerdere advies tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt daarom in het rapport van 24 november 2015 gehandhaafd. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur op zijn plaats is. De rechtbank ziet mede gelet op de richtlijnen van de LOVS aanleiding een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie geëist. Daarbij neemt zij tevens in aanmerking dat de rechtbank het ten laste gelegde onder feit 10 niet bewezen heeft verklaard. Daarnaast is door de rechtbank ten voordele van verdachte rekening gehouden met zijn jeugdige leeftijd en de door de psycholoog geschetste problematiek. De rechtbank acht het van groot belang dat verdachte een (gevoel van) toekomst behoudt en na de detentie een leven kan opbouwen met de dan beschikbare hulpverlening. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd.
Advocaten
Officier van justitie
- D. Sarian
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
