Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2016:2749

Rechtbank Noord-Holland · 06-04-2016 · zaaknummer C/15/226704/15-3029

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 06-04-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

in geschil is of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek tot echtscheiding van de vrouw. Ten aanzien van artikel 9, lid 1 onder c Rv overweegt de rechtbank: Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat de wetgever artikel 9, sub c, Rv heeft beperkt tot de dagvaardingsprocedure, omdat voor de verzoekschriftprocedure in artikel 3 aanhef en onder c Rv een algemene rechtsmachtregel is opgenomen die de Nederlandse rechter toestaat rechtsmacht aan te nemen indien daartoe in een concreet geval voldoende aanknopingspunten bestaan (MvT, Kamerstukken II 1999/00, 26855, nr. 3, blz 43). De rechtbank leidt hieruit af dat de wetgever zowel voor de dagvaardingsprocedure als voor de verzoekschriftprocedure beoogd heeft een “vangnet” te creëren. In de huidige tekst van artikel 3 Rv is de rechtsmacht van de Nederlandse rechter bepaald in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingeleid, met uitzondering van zaken als bedoeld in artikel 4 en 5 Rv. In artikel 4 Rv staat dat indien Brussel II-bis niet van toepassing is, de rechtsmacht van de rechter ten aanzien van - kort gezegd - echtscheidingsverzoeken uitsluitend wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 3, 4 en 5 van Brussel II-bis. De rechtbank concludeert hieruit dat - anders dan waarvan in de Memorie van Toelichting is uitgegaan - het ‘vangnet’ van artikel 3 Rv niet meer bestaat voor echtscheidingsverzoeken. Indien het voor een rechtzoekende onaanvaardbaar is om een echtscheidingsprocedure te moeten voeren in het buitenland, zou hij/zij geen mogelijkheid hebben om zich te kunnen wenden tot een andere rechter, zodat de toegang tot de rechter in deze gevallen niet gewaarborgd is. De rechtbank acht dit in strijd met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (hierna EVRM). De rechtbank is dan ook van oordeel dat het uitsluiten van de verzoekschriftprocedure van de werking van het bepaalde in artikel 9, aanhef en onder c, Rv niet strookt met het doel van de wetgever bij artikel 9 Rv, te weten de gewaarborgde toegang tot een rechter en bovendien strijd oplevert met artikel 6 EVRM. De rechtbank zal daarom artikel 9, aanhef en onder c, Rv naar analogie toepassen in deze verzoekschriftprocedure.

Rechters

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.