ECLI:NL:RBNHO:2016:1706
Rechtbank Noord-Holland · 26-02-2016 · zaaknummer AWB - 15 _ 5925
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening en afdoening bodemzaak. Verzoeker ontving een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande. Verzoeker woont samen met zijn partner en zij zijn als zodanig voor de bijstand aan te merken als gehuwden. De partner heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en is daarmee rechthebbende in de zin van de Pw. Artikel 24 van de Pw, op grond waarvan aan een echtgenoot met een niet rechthebbende partner, bijstand naar de norm van een alleenstaande kan worden verleend, is hier dan ook niet van toepassing. Het recht op bijstand komt aldus verzoeker en zijn partner gezamenlijk toe. Verweerder heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht de bijstandsuitkering van verzoeker ingetrokken en beëindigd, nu verzoeker niet meer is aan te merken als alleenstaande. Op grond van artikel 43 van de Pw kan verweerder ook bijstand toekennen indien één van de gehuwden niet meewerkt aan de aanvraag. Dit kan echter niet leiden tot bijstandsverlening naar de norm van een alleenstaande, zoals verzoeker wenst. Verweerder is dan ook terecht aan het beroep op artikel 43 voorbij gegaan. Noch het individualiseringsbeginsel noch de andere bepalingen van de Pw geven verweerder de bevoegdheid af te wijken van de regel dat het recht op bijstand de (rechthebbende) echtgenoten gezamenlijk toekomt. Dat de partner van verzoeker het risico loopt dat haar verblijfsvergunning wordt ingetrokken, is geen omstandigheid waar verweerder rekening mee kan houden. De voorwaarde aan de verblijfsvergunning dat zij geen beroep op algemene middelen mag doen is een omstandigheid die voor rekening en risico van de partner van verzoeker komt. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij zonder nieuwe aanvraag van verzoeker en zijn partner het recht op bijstand niet kan vaststellen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
