ECLI:NL:RBNHO:2016:10150
Rechtbank Noord-Holland · 14-12-2016 · zaaknummer AWB - 16 _ 1459
Inhoudsindicatie
“Eiser verzorgt vanaf 2003 zijn moeder. Aan moeder is een persoonsgebonden budget (PGB) toegekend. Eiser stond tot en met 6 augustus 2010 ingeschreven op een adres in Nederland. Met ingang van 6 augustus 2010 is eiser geëmigreerd naar Suriname. In geschil is onder meer de emigratie van eiser en de hoogte van het PGB en de daarop betrekking hebbende kosten. Eiser stelt vooraf dat hij uit een brief van verweerder mocht afleiden dat hij geen aangifte over het jaar 2010 hoefde te doen. De rechtbank oordeelt dat dit beroep faalt, omdat sprake is van een geautomatiseerde brief waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Eiser stelt verder dat sprake is van een beperkt hoorverslag en dat de uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd. Dit beroep faalt, omdat het verweerder is toegestaan om een beknopt verslag te maken. Eiser stelt dat de uitspraak onvoldoende is gemotiveerd. Dit beroep faalt eveneens, aangezien de uitspraak op bezwaar voldoende is gemotiveerd. Er wordt in de uitspraak op bezwaar ingegaan op hetgeen eiser in bezwaar heeft gesteld. Voor wat betreft de vaststelling van de woonplaats van eiser: eiser heeft diverse documenten overgelegd betreffende zijn emigratie op 6 augustus 2010 naar Suriname, zoals een bevestiging van uitschrijving in Nederland en een verklaring van zijn werkgever in Suriname. De rechtbank overweegt dat eiser hiermee heeft aangetoond dat hij op 6 augustus 2010 naar Suriname is geëmigreerd. De stelling van verweerder dat eiser de woonplaats van zijn moeder ‘volgt’ omdat hij haar verzorgt, kan de rechtbank niet volgen. De rechtbank is van mening dat de woonplaats van eiser zelfstandig moet worden bepaald. Feitelijk is het zo dat eiser zijn moeder ook na 6 augustus 2010 is blijven verzorgen terwijl zij in Nederland bleef wonen. Dit kan echter worden verklaard door de door eiser gestelde en door verweerder niet bestreden medische onvoorziene omstandigheden die tot een onvoorzien verblijf in Suriname voor de moeder hebben geleid. Voor wat betreft het resultaat uit werkzaamheden: Het aan eiser uitbetaald PGB van moeder is, onder aftrek van kosten, belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Eiser heeft gesteld dat tegenover de bruto opbrengsten uit het PGB een gelijk bedrag aan kosten staat. Op eiser rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat kosten in aanmerking kunnen worden genomen als last in het kader van het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank stelt vast dat eiser daarin niet is geslaagd. Verweerder heeft een beroep gedaan op interne compensatie. Dit beroep slaagt.”
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
