ECLI:NL:RBNHO:2015:7169
Rechtbank Noord-Holland · 26-08-2015 · zaaknummer AWB - 15 _ 468
Inhoudsindicatie
De directeur-grootaandeelhouder mocht, met inachtneming van de door hem te betrachten zorgvuldigheid, redelijkerwijze niet menen dat de vennootschap aan haar verplichting tot afdracht van de dividendbelasting zou voldoen. De directeur-grootaandeelhouder is niet te goeder trouw ter zake van de ingehouden maar niet afgedragen dividendbelasting. Nu er geen sprake is van geheven dividendbelasting in de zin van artikel 9.2, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001 kan de dividendbelasting niet worden verrekend met de verschuldigde ib/pvv.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
