ECLI:NL:RBNHO:2015:4709
Rechtbank Noord-Holland · 09-06-2015 · zaaknummer C-15-224575 - KG ZA 15-248
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de veilingkoper krachtens artikel 3:264 BW het huurbeding jegens de huurder kan inroepen. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat, daargelaten of de door gedaagde gegeven uitleg van het in de hypotheekakten opgenomen huurbeding juist is, dit verweer niet kan slagen. Anders dan gedaagde betoogt, kan uit genoemde handelingen immers niet worden afgeleid dat voorafgaande aan het sluiten van de huurovereenkomst met gedaagde overleg met de hypotheekhouders heeft plaatsgevonden. Uitsluitend de brief van 8 juli 2014 dateert van voor het sluiten van de huurovereenkomst. Nu vaststaat dat een reactie op deze brief (waarvan de verzending en ontvangst overigens door eiseres is betwist) is uitgebleven, kan op basis hiervan niet worden geconcludeerd dat in overleg met de hypotheekhouder is verhuurd. Dat in genoemde brief wordt medegedeeld dat indien geen bezwaren worden geuit, daarmee toestemming voor de verhuur wordt verleend, maakt dit niet anders. Het enkel versturen van een brief is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, gegeven de tekst van het huurbeding, onvoldoende om de schriftelijke toestemming te kunnen vervangen. Voor zover gedaagde heeft willen betogen dat uit voornoemde handelingen blijkt dat de hypotheekhouders en/of eiseres al eerder met de huurovereenkomst bekend waren, en zij zich hier niet achteraf alsnog over kunnen beklagen, faalt dit betoog. Het niet (onmiddellijk) uiten van bezwaren brengt geenszins mee dat een hypotheekhouder geen beroep meer zou kunnen doen op het huurbeding. De hypotheekhouder kan het huurbeding immers pas inroepen als hij tot executie wil overgaan. Zolang de eigenaar/verhuurder zijn verplichtingen jegens de hypotheekhouder voldoet, zal deze een verboden huurovereenkomst moeten gedogen en kan hij de huurder niet tot ontruiming dwingen. Aan het ‘stilzitten’ van de hypotheekhouders kunnen, voor zover daar al sprake van is, daarom geen vergaande conclusies worden verbonden. Het vorenstaande brengt met zich dat dat de vordering tot ontruiming zal worden toegewezen. Voor zover machtiging tot gedwongen ontruiming wordt gevorderd, is die vordering niet toewijsbaar. Indien noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis, kan de deurwaarder met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 555 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zonder toestemming van de gebruiker het betreffende pand betreden en ontruimen. De gevorderde dwangsommen zullen worden gemaximeerd, zoals hierna wordt bepaald. De gevorderde termijn waarbinnen de ontruiming dient plaats te vinden, acht de voorzieningenrechter te kort. Daarom wordt deze termijn op vier weken na betekening gesteld
Rechters
Advocaten
- E.J. Bink
- S. Hartog
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
