ECLI:NL:RBNHO:2015:2873
Rechtbank Noord-Holland · 08-04-2015 · zaaknummer 15/1205
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter stelt vast dat de rookruimte bestaat uit vier houten wanden met een schuin dak, een toegangsdeur met een daarin aangebrachte opening met binnen zitgelegenheid voor acht personen. Gelet hierop is er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter sprake van een gebouw in de zin van artikel 1, aanhef en onder 46 van de planvoorschriften. Dat zo zijnde, is de rookruimte in strijd met de bestemming Verkeer – Verblijf en is er dus sprake van een overtreding. […] Dat verzoekster bij de gemeente een principeaanvraag heeft ingediend voor het bouwen aan de voorzijde van het café van een overkapping dan wel een serre, maakt niet dat er voor wat betreft de rookruimte sprake is van zicht op legalisatie. Duidelijk is dat verweerder de rookruimte niet wenst te legaliseren. Van overige bijzondere omstandigheden om van handhavend optreden af te zien, is vooralsnog ook niet gebleken. Dat verzoekster vreest voor verlies van inkomsten, levert geen bijzondere omstandigheid op. […] In het niet nader onderbouwde beroep op het gelijkheidsbeginsel ziet de voorzieningenrechter vooralsnog ook geen aanleiding om er van uit te gaan dat verweerder niet tot handhavend optreden had mogen overgaan. […] De voorzieningenrechter stelt vast dat het besluit is verzonden op 4 maart 2015 en dat de begunstigingstermijn is bepaald op drie dagen na de verzending van het bestreden besluit. Dat betekent dat nu 4 maart 2015 de eerste dag van de begunstigingstermijn was deze afliep op 6 maart 2015. Wat er verder ook zij van het feit dat het besluit op 4 maart ook aangetekend is verzonden en verzoekster het besluit op 9 maart 2015 pas onder ogen heeft gekregen; nu verzoekster op de dag van verzending geen kennis heeft kunnen nemen van de last bedraagt de begunstigingstermijn in feite (nog niet eens) twee dagen. Gelet op de aard van de overtreding waarbij sprake is van een illegaal bouwwerk maar waarbij elk spoedeisend karakter ontbreekt, acht de voorzieningenrechter een termijn van twee dagen om de rookruimte elders onder te brengen in redelijkheid te kort om te kunnen volhouden dat verzoekster een eerlijke kans heeft gekregen om tijdig aan de last te voldoen. De begunstigingstermijn is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onredelijk kort. […] Voor het onderhavige geval komt een begunstigingstermijn van minimaal een week de voorzieningenrechter voorshands niet onredelijk voor. Ter zitting heeft X onbestreden aangegeven dat hij de rookruimte op 11 maart 2015 heeft verwijderd zodat hij binnen een week aan de last heeft voldaan.
Rechters
Advocaten
- M. Rodenburg
- M.M. van Eeten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Den Helder
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Den Helder
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
