ECLI:NL:RBNHO:2015:2416
Rechtbank Noord-Holland · 25-02-2015 · zaaknummer C/15/221261/ HA RK 15/21
Inhoudsindicatie
De eerste vier gronden van het verzoek tot wraking zien op de bevoegdheid die de rechter-commissaris zich heeft toegedicht om te beslissen het verhoor via een videoconferentie te laten plaatsvinden. De raadsman is het niet eens met deze beslissing van de rechter-commissaris. De juistheid van een dergelijke processuele beslissing of ordemaatregel kan niet in het kader van een verzoek tot wraking worden getoetst, maar alleen in de strafzaak zelf of in een eventueel hoger beroepzaak. Dit is slechts anders als blijkt dat deze beslissing of maatregel is ingegeven door en gebaseerd op vooringenomenheid in de zin van de subjectieve toets, maar dat is gesteld noch anderszins gebleken. De vijfde wrakingsgrond ziet op de volgens de raadsman minder professionele distantie van de rechter-commissaris, nu zij boos is geworden op de raadsman. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit geen grond voor wraking zijn, reeds nu boosheid niet zonder meer is gelijk te stellen met een minder professionele distantie en ook een minder professionele distantie op zichzelf niets zegt over de partijdigheid of schijn daarvan van de rechter-commissaris.
Rechters
Advocaten
- B.M. Beg
- I.K. van Acker
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
