ECLI:NL:RBNHO:2014:8140
Rechtbank Noord-Holland · 09-04-2014 · zaaknummer C-15-207303 - HA ZA 13-495
Inhoudsindicatie
De kern van het geschil betreft het antwoord op de vraag of de kredietverstrekker bij de totstandkoming van de kredietovereenkomst dan wel nadien in strijd heeft gehandeld met de op haar als financiële instelling rustende zorgplicht. Er is sprake van een relatief eenvoudige kredietovereenkomst met geringe financiële risico’s zodat de zorgplicht van de financiële instelling zich beperkt tot toetsing van de kredietwaardigheid van de kredietnemer en het verstrekken van juiste en duidelijke informatie. In dit geval heeft de kredietverstrekker de kredietwaardigheid van de kredietnemer voldoende beoordeeld; er is geen sprake van strijd met artikel 4:34 lid 1 Wft (r.o. 4.3). Evenmin was sprake van een situatie als bedoeld in artikel 4:34 lid 2 Wft (r.o. 4.4). Ten slotte oordeelt de rechtbank dat de financiële instelling duidelijke en juiste informatie heeft verstrekt over de kredietovereenkomst, zodat de kredietnemer ook in dat kader geen beroep toekomt op schending van de zorgplicht (r.o. 4.9). Nu geen sprake is van schending van enige zorgplicht faalt ook het beroep van kredietnemer op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW) (r.o.4.10).
Rechters
Advocaten
- H. Post
- J. Linders
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
