ECLI:NL:RBNHO:2014:595
Rechtbank Noord-Holland · 22-01-2014 · zaaknummer AWB-12_1688
Inhoudsindicatie
De verlaging van de rijksbijdrage met meer dan 50% is aan te merken als een veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:51, eerste lid, van de Awb die zich tegen voortzetting van de loonkostensubsidies voor ID-banen verzet. De rechtbank volgt verweerder niet in de stelling dat plaatsing in het RDDF voor ID-medewerkers in verband met opheffing van de betrekking niet noodzakelijk zou zijn. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gezegd dat de termijn van vier maanden en drie weken als redelijk als bedoeld in artikel 4:51 van de Awb moet worden beschouwd. Door verplichte plaatsing in het RDDF konden eiseressen de ID-medewerkers eerst per 1 augustus 2013 ontslaan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder gelet op het bepaalde in artikel 4:51, tweede lid, van de Awb de loonkostensubsidie voor het resterende deel van de termijn, dus tot 1 augustus 2013, aan eiseressen afzonderlijk dient te verlenen
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
