ECLI:NL:RBNHO:2014:5366
Rechtbank Noord-Holland · 12-06-2014 · zaaknummer C-15-213246 - KG RK 14-224
Inhoudsindicatie
Beslagrekest; Horen van partijen naar aanleiding van plaatsing op de “grijze lijst”. Ter inhoudelijke beoordeling van het gevraagde verlof ligt in feite dezelfde vraag voor als wanneer, na een verleend verlof, reeds beslag zou zijn gelegd en beslagene de opheffing daarvan zou hebben gevorderd. De vraag is derhalve of de beslagene overeenkomstig artikel 705 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) summierlijk de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht heeft aangetoond. Dit brengt met zicht dat het in de eerste plaats op de weg van de beslagene ligt om, met inachtneming van de beperkingen van een procedure als de onderhavige, summierlijk aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. Dat neemt niet weg dat de deugdelijkheid van vordering, zoals die in het verzoekschrift is geformuleerd en onderbouwd – ook los van het door de gerekwestreerde gevoerde verweer – summierlijk dient te blijken om het verlof tot het leggen van conservatoir beslag te kunnen verlenen. Het kan immers niet zo zijn dat een verzoek dat in een ex parte procedure door de voorzieningenrechter zou zijn afgewezen, omdat de deugdelijkheid van de gestelde vordering niet summierlijk is gebleken, in een procedure als de onderhavige zou (moeten) worden toegewezen, omdat gerekwestreerde wat betreft de deugdelijkheid van de vordering niet of nauwelijks verweer heeft gevoerd. Als de deugdelijkheid van de vordering niet summierlijk is gebleken, kan het verlof hoe dan ook niet worden verleend. Een eerder door de beslaglegger ingediend en vrijwel gelijkluidend gemotiveerd verzoek als het onderhavige is door de voorzieningenrechter (ex parte en dus zonder wederhoor) beoordeeld en bij gebreke van een deugdelijke grondslag bij beschikking van 3 maart 2014 afgewezen. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat zowel de (feitelijke) grondslag van de gestelde vordering als het beloop daarvan onvoldoende is onderbouwd. De deugdelijkheid van de schadevergoedingsvordering waarvoor verzoeker conservatoir beslag wenst te leggen is derhalve – evenals in het eerder ingediende verzoekschrift – niet summierlijk gebleken. Het verzoek wordt afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Partijen
[verweerder]
verweerder · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
