ECLI:NL:RBNHO:2014:5339
Rechtbank Noord-Holland · 28-05-2014 · zaaknummer 15/820235-14
Inhoudsindicatie
Promis; medeplegen invoer verdovende middelen (cocaïne) te Schiphol/binnen Nederland bewezen verklaard; medeplegen bewezen verklaard; strafoplegging; rekening houden met directe bekentenis en de persoonlijke omstandigheden gelet op reclasseringsrapportage; deels voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf; bijzondere voorwaarden. Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en de bespreking aldaar van het door Reclassering Nederland in de persoon van [reclasseringswerker], reclasseringswerker, uitgebrachte reclasseringsadvies d.d. 25 april 2014, is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich tezamen en in vereniging met anderen schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van 2,14 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde komt naar het oordeel van de rechtbank slechts een gevangenisstraf als passende sanctie in aanmerking. De rechtbank zal in beginsel aansluiting zoeken bij de straf die ten aanzien van vergelijkbare hoeveelheden cocaïne pleegt te worden opgelegd. Ten gunste van verdachte neemt de rechtbank allereerst in aanmerking dat verdachte blijkens een haar betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 27 februari 2014 niet eerder ter zake van een bij de Opiumwet strafbaar gesteld feit dan wel enig ander strafbaar feit met politie en/of justitie in aanraking is geweest. Daarnaast heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte door haar directe bekentenis en houding ter terechtzitting ervan blijk heeft gegeven het laakbare van haar handelen in te zien. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat in de bijzondere persoonlijke omstandigheden van de zeer jeugdige, zeer naïeve en beïnvloedbare verdachte grond is gelegen af te wijken van de straf zoals die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd en welke (duur van de straf) tevens door de officier van justitie bij requisitoir is geëist. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie (3) jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met en begeleiding door Stichting Reclassering Nederland noodzakelijk. Een dergelijke voorwaarde met verplichtingen van die strekking zal als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden. Tevens acht de rechtbank de oplegging van een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van het na te noemen aantal uren passend en geboden.
Advocaten
Officier van justitie
- B. Schenk
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
