ECLI:NL:RBNHO:2014:5101
Rechtbank Noord-Holland · 04-06-2014 · zaaknummer C-15-195849 - HA ZA 12-421
Inhoudsindicatie
Eiser is lange tijd directeur geweest van de vennootschap waarvan gedaagden in 2006 de aandeelhouders zijn geworden. Hij stelt dat de voorgaande aandeelhouder hem 7% van de verkoopopbrengst van de aandelen heeft toegezegd. Gedaagden verkopen de aandelen in 2009. Anders dan eiser stelt, kan geen sprake zijn van een hem toekomend kwalitatief recht op 7% van de verkoopopbrengst van de aandelen, omdat hij niet de aandeelhouder is. Van een kwalitatieve verplichting is ook geen sprake omdat geen sprake is van een in een openbaar register ingeschreven registergoed en de gestelde verplichting niet ziet op een dulden of niet doen. Aan de vereisten voor ongerechtvaardigde verrijking is ook niet voldaan. In verband met de verkoop van de aandelen in 2009 heeft eiser van de vennootschap een vergoeding ontvangen. De aandeelhouders vorderen in de gevoegde zaak die vergoeding terug van de voormalig directeur op grond van dwaling omdat de voormalig directeur de 7% regeling en een voor hem geldende inkomstenregeling bij de totstandkoming van de afspraak over de vergoeding in 2009 niet heeft gemeld. De rechtbank wijst die vordering af omdat niet gebleken is van een overeenkomst tussen de aandeelhouders en de voormalig directeur. Bovendien is geen sprake van een omstandigheid waaromtrent de directeur de aandeelhouders in 2009 had moeten inlichten, omdat zij geacht kun worden op de hoogte te zijn geweest van de inkomstenregeling tussen hun vennootschap en de voormalig directeur.
Advocaten
- E. van der Hoeden
- S.J.H.M. Berendsen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
